"De antroposofen zien het doormaken van kinderziekten als een
essentiële stap in de ontwikkeling van een kind, mits de kinderziekte niet
een te groot risico vormt. Een antroposoof zou zeggen: “Tegenslagen,
ongemak en ziekten kunnen ook gezien worden als helpers in de
ontwikkeling. Een kind dat een koortsende ziekte doormaakt kan daarna
een sprong in de ontwikkeling doormaken. Ze zijn zindelijk, ze praten
goed, ze zijn meer zichzelf geworden. Kinderziekten helpen een kind
zichzelf eigen te maken, passend te maken. Door een kinderziekte
gaat het kind zijn erfelijkheid verbouwen en koorts is daarbij een
hulpmiddel.”
Als het kind dan ziek wordt zonder ingeënt te zijn, dan zal de ziekte in
alle rust, zorgzaamheid en oplettendheid moeten worden doorgemaakt.
Het besef is dus dat het kind zich beter ontwikkelt door dit ongemak.
Het is ook voor de ouder een ervaring en goed voor de ontwikkeling.
De verandering die het kind doormaakt, blijft je als ouder bij en is een
wezenlijke ervaring.
Ook klinkt er bij antroposofen kritiek door op de houding tegenover
ziekte van kinderen heden ten dage. Door de huidige leefstijl is er
tegenwoordig weinig ruimte voor de zorg die het doormaken en
uitzieken van een kinderziekte vraagt. Ziekte en gebreken worden door
de maatschappij gezien als louter mankementen die vermeden en
verholpen dienen te worden. Bovendien kost het geld als ouders thuis
moeten blijven en daarom mag het kind niet ziek meer zijn.
Eigen keuzes
In de antroposofie bestaat dus een eigen opvatting over het lichaam.
De afwijzing van vaccinaties is niet absoluut, maar relatief. Het
antroposofisch gezichtspunt benadrukt het maken van eigen keuzes,
zoals het weigeren van vaccinaties, of de keuze voor een later tijdstip.
Uitstel en afstel moeten beide mogelijk zijn. DKTP wordt als regel wel
gegeven; BMR wordt als niet noodzakelijk gezien."